Beschermen tegen de koude

Onderkoeling (hypothermie) en winterkoude

Overzicht:

1. Sporten in de koude: onderkoeling dreigt

Sporten tijdens de winter/in de koude roept niet voor iedereen altijd even aangename herinneringen op. Wind, sneeuw, vriestemperaturen kunnen de pret bederven.

In ons klimaat volstaan een jas, een pull, handschoenen en een muts meestal om de winterse koude te trotseren. Maar in hoger gelegen wintersportgebieden of in Antarctica of wanneer men door bv. een ongeval of pech langere tijd geïmmobiliseerd raakt en enige tijd onbeweeglijk blootgesteld wordt aan weer en wind, kunnen wel onderkoelingsverschijnselen optreden.

 

zie ook artikel : Winterkoude en de huid

2. Onderkoeling

Onderkoeling of hypothermie ontstaat wanneer het normale verdedigingsmechanisme van het lichaam tegen de koude ontregeld geraakt. De 'centrale' lichaamstemperatuur daalt onder de 35°C waardoor er zich een aantal reacties in het lichaam voltrekken die potentieel levensbedreigend kunnen zijn. Onderkoeling kan acuut of zeer geleidelijk (over meerdere uren of dagen) ontstaan. Om het fenomeen van de hypothermie goed te begrijpen, kan men het lichaam voorstellen als een ui die uit verschillende lagen bestaat. De buitenste lagen (de huid) beschermen de kern van het lichaam tegen bruuske temperatuursschommelingen.

In de hersenen zit een fijn afgestelde thermostaat waardoor de kerntemperatuur binnen in het lichaam rond de 37°C schommelt. Stijgt de lichaamstemperatuur fors (bv. bij ziekte of intensief sporten), dan tracht het lichaam de overtollige warmte zo snel mogelijk af te voeren via een aantal mechanismen. Daalt de lichaamstemperatuur, dan voert het lichaam door middel van onwillekeurige spiersamentrekkingen (beven) of de vrijzetting van hormonen (bv. adrenaline) de stofwisseling op. Hierdoor verbruikt men meer energie waarbij warmte vrijkomt.

Lichaamsbeweging is een andere manier om de warmteproductie op peil te houden. Wanneer men sport wordt zowat drie kwart van de gebruikte energie omgezet in warmte.

Nochtans moet ook de sporter opletten voor onderkoeling of lokale koudeletsels. Vooral na het sporten en in een koude omgeving is het dus van belang zich onmiddellijk tegen afkoeling te beschermen.

 

3. Gevoelstemperatuur

Niet alleen de buitentemperatuur speelt een rol, maar ook de 'gevoelstemperatuur'. Deze wordt vooral bepaald door de windsnelheid, in vaktaal de wind-chill factor genoemd. Een lage buitentemperatuur, wind en winddoorlatende kledij kunnen het lichaam zo sterk afkoelen dat de geproduceerde warmte tijdens sport onvoldoende is.

 

Windsnelheid (km/u)

Gevoelstemperatuur (°C)

0

4

-1

-7

-12

-18

-23

-29

-34

-40

-46

8

2

-4

-9

-15

-21

-26

-32

-37

-43

-48

16

-1

-9

-15

-23

-29

-37

-34

-51

-57

-62

24

-4

-12

-21

-29

-34

-43

-51

-57

-65

-73

32

-7

-15

-23

-32

-37

-46

-54

-62

-71

-79

40

-9

-18

-26

-34

-43

-51

-59

-68

-76

-84

49

-12

-18

-29

-34

-46

-54

-62

-71

-79

-87

57

-12

-21

-29

-37

-46

-54

-62

-73

-82

-90

65

-12

-21

-29

-37

-48

-57

-65

-73

-82

-90

 

Weinig gevaar

Gevaarlijk, vrieswonden binnen de minuut

Extreem gevaarlijk, vrieswonden binnen de 30 sec.

Tabel : Effect van windsnelheid op waargenomen temperatuur

Skiën bij een buitentemperatuur van –1°C en bij windsnelheid (ten opzichte van het lichaam) van 32 km/u voelt bv. aan als –15°C. Bij een buitentemperatuur van –12°C wordt dit reeds –32°C. Bij zulke temperaturen komt men in de gevarenzone voor vrieswonden (en hypothermie).

Maar ook bij ‘langzame’ sporten zoals bv. wandelen is een adequate bescherming tegen de kou en de wind een noodzaak. Vooral kleine kinderen die tijdens een wandeling op de rug van de ouder gedragen worden en dus zelf geen inspanning leveren, moeten zeer goed ingepakt worden. Hun warmteproductie ligt veel te laag om gedurende lange tijd te vertoeven in een extreem koude omgeving. En bovendien hebben kinderen relatief gezien meer huidoppervlak in verhouding tot het lichaamsvolume, waardoor ze ook meer warmte verliezen. Vooral via het hoofd dat in verhouding tot de rest van het lichaam relatief groot is. Elk jaar worden er in de wintersportgebieden nog kleine kinderen in ziekenhuizen opgenomen met hypothermie-verschijnselen.

 

4. Alarmsignalen

De effecten van een onderkoeling zijn naargelang de ernst ervan meer of minder uitgesproken. De normale kerntemperatuur schommelt rond de 37°C, maar op andere plaatsen bv. de handen kan deze veel lager liggen. Hypothermie slaat echter alleen op de centrale lichaamstemperatuur die onder invloed van blootstelling aan koude daalt.

Fase I : Afweerfase
De kerntemperatuur van het lichaam daalt onder de 35°C

Symptomen:
-Koude, bleke huid.
-Normaal bewustzijn, soms licht verward
-Rillen, klappertanden
-Pijnlijke gewaarwording in handen en voeten
-Onregelmatige hartslag
-Stijging van de bloeddruk
-Vertraagde ademhaling

Fase II : Uitputtingsfase
De kerntemperatuur daalt verder en ligt tussen 33 en 27°C.

Bijkomende symptomen:
-Verminderd bewustzijn, slaperigheid
-Verstijfde spieren (rillen en klappertanden stopt)
-Pijn verdwijnt
-Trage, onregelmatig hartslag
-Oppervlakkige en onregelmatige ademhaling

Fase III : Verlammingsfase
De kerntemperatuur daalt onder de 27°C

Symptomen:
-Diepe bewustloosheid
-Geen reflexen, algehele spierverslapping
-Geen pupilreactie
-Zeer zwakke hartslag
-Zeer trage ademhaling

 

5. Voorzorgen

 

 

Hypothermie kan in normale omstandigheden voorkomen worden door een aantal eenvoudige voorzorgsmaatregelen.

1. Luister altijd naar de weerberichten en houd rekening met de combinatie van de wind en de buitentemperatuur (wind-chill).

2. Pas de uitrusting (vnl. kleding) aan de omstandigheden aan. Met winddichte en ademende kledij (GoreTex, Aquastop, enz.) kan men onder moeilijke omstandigheden toch nog veilig sporten. Heeft men deze (vaak) dure en 'technische' kleding niet, dan sport men beter niet in extreme weersomstandigheden.

3. Vertrek nooit alleen onder extreme weersomstandigheden. Zelfs indien men degelijke kledij heeft, is het aangeraden om er nooit alleen op uit te trekken in wintersportgebieden.

4. Vermijd overvloedig zweten door de intensiteit van de inspanning aan te passen.

5. Drink géén alcohol. Alhoewel er zeer vaak tegen deze regel gezondigd wordt in de skigebieden, kan men niet genoeg benadrukken dat alcohol het lichaam nog sneller warmte doet verliezen en verdovend werkt. Licht benevelde personen voelen de effecten van koude minder snel en zijn daardoor meer vatbaar voor onderkoeling.

6. Pas de voeding aan. Sport niet op nuchtere maag. Neem altijd een energierijk voedselpakket mee tijdens lange tochten (bv. energierepen, chocolade, enz.). Tijdens het verteringsproces komt er warmte vrij die de lichaamstemperatuur mee op peil houdt.

7. Besteed extra aandacht aan de kledij van de kinderen. Onder de 12 jaar zijn kinderen veel gevoeliger voor koude dan volwassenen en verliezen zij proportioneel meer warmte via het hoofd.

zie ook artikel : Moet je meer eten als het koud is?

 

6. Hoe reageren?

Op de eerste plaats moet men verdere afkoeling vermijden door beschutting tegen de koude op te zoeken. Natte kleding wordt indien mogelijk verwisseld voor droge of minstens drooggewrongen en terug aangedaan. Daarnaast moeten vooral het hoofd en de nek goed warm gehouden worden.

Een geleidelijke opwarming is nodig omdat het koude bloed zich slechts langzaam mag mengen met het warmere bloed van de lichaamskern, zoniet loopt men het risico op hartritmestoornissen. Het nemen van bv. een warm bad of een warme douche is dus niet aangeraden.

Langzaam opwarmen (bv. in bed onder de dekens) is meer aangewezen. Een warme, suikerrijke (alcoholvrije) drank kan ook verlichting van de symptomen brengen.

Is de toestand van het slachtoffer ernstig (bv. bewusteloosheid) dan kan men best zo snel mogelijk medische hulp inroepen. Desnoods moet men met het eigen lichaam het slachtoffer trachten warm te houden.

 

7. De menselijke thermostaat

Het menselijke lichaam wisselt op vier verschillende manieren warmte uit met de omgeving:

Geleiding
Warmte wordt afgestaan (opgenomen) door het aanraken van een kouder (warmer) voorwerp. Deze vorm van warmteverlies speelt een belangrijke rol bij watersporten omdat water een zeer goede geleider is. In water van bv. 5°C kan men maximaal 55 minuten overleven, in water van 0°C nauwelijks 12 minuten. Ook bij andere sporten, bv. skiën, is het belangrijk om na een (onge)val het lichaam zo goed mogelijk te isoleren van de koude ondergrond, zeker wanneer men niet onmiddellijk hulp kan inroepen en de persoon langere tijd geïmmobiliseerd moet blijven.

Convectie
Warmteafgifte door stroming van lucht of water langs de huid. Wanneer men zijn hand uit het raam van een rijdende auto steekt, dan merkt men onmiddellijk dat de koudere luchtlaag rond de hand voor afkoeling zorgt. Deze vorm van warmteafgifte is zeer belangrijk bij sporten in winderig weer of bij sporten waar men hoge snelheden behaalt (fietsen, schaatsen, skiën, enz.). De wind-chill index is op dit fenomeen gebaseerd.

Straling
De overdracht van warmte door straling aan de omgeving. De warmte van de zon wordt op die manier aangevoeld. Maar omgekeerd kan een onbedekt hoofd in een koude omgeving voor bijna de helft van het warmteverlies verantwoordelijk zijn.

Verdamping
Overdracht van warmte aan het lichaamsoppervlak (de huid) door de verdamping van zweet. Tijdens sport is dit de voornaamste vorm van warmteafgifte. De ademende en vochtabsorberende eigenschap van sportkleding kan het comfort tijdens inspanning in belangrijke mate verhogen. Ook via de ademhaling verliest men op deze wijze veel warmte (en vocht!).

 

8. Winterhanden

 

 

Een veel voorkomende kwaal in de winter zijn de zg. winterhanden en -voeten. Door de koude verkrampen de kleine bloedvaatjes in de handen of voeten nog meer waardoor de bloeddoorstroming vermindert. Vermits het bloed naast zuurstof en voedingstoffen ook warmte aanbrengt, daalt met de verminderde doorbloeding de weefseltemperatuur nog verder. Sommige mensen reageren overmatig op de minste koudeprikkel en krijgen blauwe pijnlijke vingers en tenen door een snelle verkramping van de kleine bloedvaatjes (Fenomeen van Raynaud). Om hieraan te verhelpen kan men de pijnlijke handen/voeten proberen warm te houden door goed isolerende (hand)schoenen te gebruiken en er voor te zorgen dat men de handen of voeten nooit plots blootstelt aan hevige koude.

Daarnaast bestaan er in de handel allerlei hulpmiddeltjes zoals bv. opwarmende zalven, handverwarmers, (elektrisch) verwarmde (ski)schoenen, enz.

De (hand)schoenen goed droog houden en zo nodig een droog paar kousen of reserve handschoenen aantrekken helpt ook vaak.

zie ook artikel : Winterkoude en de huid

zie ook artikel : De ziekte en het fenomeen van Raynaud

zie ook artikel : Wintertenen - Winterhanden (Perniones)

 

9. Belang van goede kleding

Lees meer op: http://www.ahaproject.be/expeditie/kledij

Wanneer de overtollige warmte niet snel genoeg kan afgevoerd worden, loopt de lichaamstemperatuur op en begint men te zweten. Het zweet dat niet snel afgevoerd wordt, condenseert langs de binnenkant van de kledij waardoor deze klam aanvoelt. Vocht is een goede geleider, en dus koelt het lichaam zeer snel af, zeker wanneer men stopt met de inspanning. Met natte kleren sporten in een koude, winderige omgeving is dus vragen om een snelle afkoeling en bijbehorende problemen. Men kan beter de inspanning zo regelen dat men niet overmatig zweet.

Daar waar dit met kleding uit natuurlijke vezels nagenoeg onmogelijk is, zijn er de laatste jaren nieuwe synthetische vezels op de markt gekomen, zoals GoreTex, met ‘ademde’ eigenschappen. De poriën van dit materiaal zijn groot genoeg om zweetdruppels door te laten, maar te klein voor waterdruppels (van regen of sneeuw).

Dit materiaal beschermt echter niet tegen de wind, en moet dus gecombineerd worden met een niet winddoorlatende stof.

Bron: http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=99